|
Wondere Wereld van Zand
[Home]
|
[Wat
is zand?] [Strand
& duinen] [Gebruik
van zand] [Plezier
met zand]
|
|

|
Enkele aan de Nederlandse kust
voorkomende schelpen
Tepelhoorntje
Dit gladde gedraaide slakje (links op de foto) wordt veel langs het strand gevonden,
vooral in oostenwindgruis. Tepelhoorntjes zijn roof-slakjes, die met hun
tong een klein gaatje maken in de schelp van andere weekdieren. Ze
slurpen het weekdier dan uit zijn schelp. Op het strand vind je vaak
schelpen met een gaatje erin. Nu weet je waar dat gaatje vandaan komt !
Wulk
Dit is een grote roofslak, die allerlei gewonde en dode dieren opeet.
De schelp kan 10 cm hoog worden.
|
|

|
Mossel
De mossel leeft op stenen, palen, dijken, enz. meestal in groepen bij
elkaar. De kleur van de schelp is blauw, maar er zit een zwarte huid
overheen, die vaak afschilfert. Mosselen zitten met draden aan de
ondergrond en aan elkaar vast. Ze worden veel aan het strand gevonden en
worden veel gegeten.
Oester
Ook dit schelpdier is een geliefde lekkernij. De klep is dik en
schilferig met golfjes erin. De onderklep is kleiner en platter en zit
op stenen e.d. vast. De oester wordt net als de mossel veel gekweekt
voor de consumptie.
Hoe
een doodgewone zandkorrel een echte parel wordt
Nee, het is geen sprookje!
Een parel ontstaat doordat (bijvoorbeeld) een
zandkorrel per ongeluk terechtkomt in een schelp. Als een pareloester
zijn voedsel, plankton, naar binnen zuigt, gebeurt dat soms. Het beestje
in de schelp wordt boos, omdat er een zandkorrel in zijn ‘huis’ komt
en bouwt er dan een parelmoer laagje omheen. Laagje voor laagje vormt
zich dan een parel, die mooi rond wordt als hij precies midden in de
oester ligt. Het duurt minstens 6 jaar voordat een parel helemaal af is.
Vooral mossels en oesters maken goede en mooie parels. Toch maakt maar 1
op de 2700 parelmossels een goede parel.
Het opduiken van parels (parelvisser) is een
gevaarlijk beroep.
|
|
|
Muiltje
Deze
schelp is niet zoveel te vinden op de Nederlandse stranden, maar is wel
heel herkenbaar. Aan de binnenkant zit een klein wit klepje, waardoor
hij wel op een pantoffel (of een muiltje) lijkt.
|
|

|
Kokkel
Dit is wel één van de meest bekende schelpen van onze stranden. Hij
kan ongeveer 5 cm groot worden. De kleur is meestal witachtig, maar kan
ook lichtbruin zijn. Ze leven massaal voor onze kusten, heel ondiep
ingegraven in de bodem. Bij oostenwind vind je vaak levende exemplaren
op de stranden.
Strandschelp
De halfgeknotte en stevige strandschelp hebben een driehoekige vorm.
De schelpen zijn geelwit, maar kunnen ook bontgekleurd zijn en zijn
altijd op het strand te vinden.
|
 |
Venusschelp
Deze 3 cm grote schelp heeft heel fijne groefjes. Als je goed kijkt
vormen de bruine lijntjes op de schelp allemaal lettertjes 'V'. De
eerste letter van zijn naam ! Je kunt ze redelijk veel aan het strand
vinden.
|
|
|
Zaagje
De vorm van dit schelpje is langwerpig met een spitse top. De naam is
afgeleid van de tandjes aan de binnenkant van de rand, waardoor het net
een zaagje lijkt. Voel maar eens met je vinger ! De kleur is meestal
glanzend beige tot wit.
Nonnetje
Het nonnetje is een stevig rond en bol schelpje. Nonnetjes spoelen na
een storm massaal aan en kunnen behalve roze ook wit of geel zijn.
Tafelmesheft
Deze langwerpige schelpen zijn op het strand niet te missen !
|
|
|

|