Boeddhisme
                                                    

 

In het noorden van India, in de buurt van het Himalaya - gebergte, ligt de kleine staat Nepal. Sjoeddhodann regeerde er. Hij was een aanzienlijk vorst. Zijn vrouw heette Maha Maya.

Maha Maya was al 50 jaar oud toen ze een kind verwachtte. Ze wilde naar het paleis van haar ouders gaan waar het kind geboren zou worden. De vorst stuurde zijn lijfwacht mee om zijn vrouw onderweg te beschermen. Ze heeft het paleis niet gehaald, want aan de voet van het Himalaya – gebergte, in het dorp Loembini, werd haar kind geboren, bij volle maan.

Direct na de geboorte liep het kind zeven stapjes. Het was een bijzonder kind. Hij werd Siddharta genoemd..

Op de plaats waar hij zijn voetjes zette kwamen steeds prachtige lotusbloemen uit de grond te voorschijn. Waarzeggers voorspelden dat hij een groot heerser of belangrijk geestelijk leider zou worden. Zijn moeder had altijd voor zijn geboorte al gedroomd dat haar kind als een witte olifant uit de hemel naar de aarde werd gezonden. Een witte olifant is het teken van iemand die zacht moedig is. Zeven dagen na de geboorte stierf de moeder van Siddharta

Toen Siddharta wat ouder werd, kreeg hij van zijn vader drie paleizen. Hij werd als een rijkelui kind opgevoed. Hij mocht van zijn vader nooit buiten de poorten van het paleis komen. Hierdoor wist de jonge prins ook niets van de armoede en ellende die buiten het paleis heerstte.

Op 19 jarige leeftijd trouwde de prins met zijn nicht Yasjodara en ze leefden 10 jaar in weelde en pracht. De prins was toch nooit helemaal gelukkig. Op en dag maakte hij stiekem een rijtoer buiten het paleis en ontmoette een oude blinde man, een zieke man en een stervende man. Zo leerde de prins ouderdom ziekte en dood kennen. Hij kwam er achter dat voor veel mensen leven een lijden was. De prins werd hierdoor diep getroffen.

Op zijn tocht kwam hij ook een rustige, bejaarde monnik tegen. Het was een man met een oranje kleed en een kaal geschoren hoofd. De prins vroeg aan zijn dienaar: “waarom kijkt deze monnik zo gelukkig?” De dienaar vertelde hem dat monniken de mensen vertelden, hoe ze het gelukkigst konden worden. Toen de prins dit hoorde werd hij verdrietig. Zo wil ik ook worden dacht hij toen.

Op een nacht verliet de prins stiekem het paleis. Hij liet alles achter, zijn vrouw en zoontje, zijn prachtige kleren, zijn mooie paleis, alles. Hij schoor zijn hoofd kaal en werd monnik. Hij was 35 jaar toen hij monnik werd.

Zeven jaar lang zocht Siddharta naar de oorzaak van het menselijk lijden en naar de verlossing daarvan. Hij bezat niets anders dan een monnikspij, een bedelnap, een naald en een waterfilter om water te zeven, een bidsnoer en een scheermes om zijn hoofd kaal te scheren. Hij leefde van vruchten en van rijst die de mensen hem gaven. Soms at hij bijna niets.

Hij bestudeerde de heilige hindoe geschriften, de Veda’s. Maar toch begreep hij nog niet waarom de mensen leden.

Moedeloos ging hij onder een bodhi – boom (vijgenboom) zitten en besloot zich niet meer te verroeren en niets meer te eten of te drinken voordat hij de oorzaak van het lijden had gevonden.

Siddharta begreep dat de mens zelf zijn lijden veroorzaakte. De mens wil te veel hebben, de mens begeert te veel aardse zaken. Verlossing is pas mogelijk wanneer de mens niet meer begeert, niets meer wil hebben.

Hij verliet zijn plaats onder de vijgenboom en ging naar de plaats Benares. Hij was verlicht en zo werd Siddharta de Boeddha, de Ontwaakte of de Verlichte. Hij had vrede, geluk en vrijheid in zichzelf gevonden.

Boeddha trok tot zijn tachtigste jaar het land door om zijn medemensen te onderwijzen en stierf waarschijnlijk in 483 voor Christus. Zijn geliefde leerling Ananda benoemde hij tot opvolger.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De bekendste Bodhisattva is Avalokitesjvara  Hij is een verlosser die het Nirvana reeds bereikt had, maar de volle verlichting uitstelde om zijn ervaringen ook aan anderen mee te delen. De naam Avalokitesjvara betekent: " hij die in medelijden neerziet".