Het verschil hier en daar

Hier in Nederland:

In Nederland werkt zeventig procent van de kinderen tussen 13 en 15 jaar regelmatig. Je moet daarbij niet denken aan echte kinderarbeid. Het gaat om licht werk dat buiten schooltijd wordt gedaan. Kranten bezorgen, vakken vullen in een winkel, helpen op een boerderij, helpen op een camping of in een pretpark. In ons land gelden strenge regels voor kinderarbeid. Werken in industrie of in de bouw is verboden. In de arbeidstijdenwet (wet die bepaalt hoeveel uren kinderen en volwassenen mogen werken en welk werk ze mogen doen) van 1996 staat hoeveel uren kinderen van een bepaalde leeftijd mogen werken en welk werk ze mogen doen. Zo mag een kind van 13 of 14 jaar twee uur per dag en hoogstens twaalf uur per week werken. Maar nooit na 19.00 uur en niet voor 8.00 uur, en ook niet
tijdens de schooluren. In vakanties gelden weer andere tijden. Sommige kinderen willen liever al voor hun zestiende jaar de hele dag werken. Ze hebben een hekel aan school. Ze
spijbelen en stelen soms om aan geld te komen. Gaan werken lijkt dan de beste oplossing. Maar of het verstandig is?

In de derde wereld:

In de derde wereld werken bijna alle kinderen waarvan de ouders geen of weinig geld hebben. Ze bedelen of werken in fabrieken en leven vaak op straat. Daardoor zijn ze vaak ziek en hebben geen of weining voedsel en geneesmiddelen om beter van te worden. Ze hebben geen toekomst en veel kinderen sterven, want ze zijn ziek en ondervoed.