ETEN
IS NODIG
Jij eet vast drie keer per dag. Twee broodmaaltijden en een warme
maaltijd. Je denkt er niet bij na waarom je dat doet.
Maar als je een maaltijd over slaat, merk je dat wel. Je krijgt dan trek. Je
lichaam vertelt je dat je voedsel nodig hebt. 's Morgens, na het opstaan, begin
je de dag meteen al met een maaltijd. Dat is het ontbijt. Het ontbijt is erg
belangrijk. Je hebt de hele nacht niets gegeten of gedronken. Je maag is leeg.
Als je niet ontbijt, voel je je snel slap en moe. Je hebt het ontbijt nodig
om de dag goed te kunnen beginnen. Tegen de middag krijg je alweer trek. Je
bent de hele ochtend bezig geweest. Je maag voelt weer leeg aan. Om 's middags
verder te kunnen, moet je eerst weer iets eten.
's Avonds eet je je derde maaltijd. Drie keer per dag een maaltijd. Dat doe je niet alleen omdat je trek hebt of omdat je het lekker vindt. Eten is belangrijk. Die drie maaltijden zorgen dat je lichaam voldoende voedingsstoffen krijgt om te groeien, te spelen, te leren om gezond te blijven.
In ons land kan iedereen genoeg gezond voedsel eten. In veel landen is dat niet zo. Veel mensen lijden honger. Hongerige mensen kunnen niet goed werken. Ze worden ziek, of sterven.
WAAROM IS ETEN NODIG?
De meeste mensen
vinden eten heel gezellig. Wanneer je eet , zit je meestal met het hele gezin
aan tafel. Je kunt vertellen wat je die dag allemaal hebt beleefd en je hoort
wat de anderen allemaal hebben gedaan. Toch eten we niet alleen maar voor de
gezelligheid. Eten is erg belangrijk voor je gezondheid.
Als je niet eet of heel ongezond eet, word je ziek Dat gebeurt niet als je eens
een maaltijd overslaat. En ook niet als je eens een keertje ongezond eet. Maar
gezond eten is wel heel belangrijk voor je lichaam.
Je lichaam is de
hele dag voor jou aan het werk. Je loopt naar school en je speelt tikkertje.
Of je gaat skaten of je gaat zwemmen. Om dat te kunnen doen heeft je lichaam
voedsel nodig. Ons lichaam kun je vergelijken met een auto. Een auto heeft benzine
nodig om te kunnen rijden. We zeggen dat de benzine de "brandstof"
van de auto is. Ons lichaam heeft ook brandstof nodig. Die brandstof halen we
uit ons eten die brandstoffen heten koolhydraten en vetten. Ze zorgen er b.v.
voor dat we onze spieren kunnen bewegen. Maar brandstoffen zorgen voor meer.
In ons lichaam is het meestal veel kouder. er zit wel iets tussen de warmte binnen en de kou buiten. Dat is onze huid. Maar je huid is heel dun. Daarom hebben we op sommige plaatsen een laagje vet tussen onze huid en de binnenkant van ons lichaam. Dat vet is de bewaarplaats van brandstoffen in ons lichaam. Zo is eer altijd wel een voorraadje brandstof voor als je het nodig hebt.
Maar er zit nog veel meer in ons eten. Bijvoorbeeld bouwstoffen. De bouwstoffen heten eiwitten. Als je een kind bent, ben je nog aan het groeien. Dat betekent dat je lichaam groter wordt en verandert. daar heb je bouwstoffen vaar nodig. Grote mensen hebben ook eiwitten nodig. Want eiwitten zorgen voor cellen. Ons lichaam is opgebouwd uit miljoenen cellen. Een cel is zo klein, dat je hem met het blote oog niet kunt zien. Niet alle cellen zijn hetzelfde. Er zijn verschillende soorten cellen. Er zijn bijvoorbeeld huidcellen en bloedcellen. Er moeten steeds nieuwe cellen groeien steeds nieuwe cellen groeien. Cellen slijten en na een poosje zijn ze dood. Daar merk je niets van . Er zijn steeds weer nieuwe cellen klaar. Als je gezond eet , zitten er genoeg van al deze stoffen in je voedsel. Bijvoorbeeld in een bruineboterham met kaas. Daar zitten koolhydraten en eiwitten en vetten in. Maar het is ook heel belangrijk dat je niet altijd hetzelfde eet. Je hebt verschillende soorten koolhydraten en eiwitten en vetten nodig.
Behalve deze drie
dingen haalt het lichaam nog veel meer uit ons eten. In groenten en fruit zitten
veel vitamines. Vitamines zijn heel erg belangrijk. Er zijn er heel veel en
ze zorgen allemaal voor een apart stukje van onze gezondheid. Daarom heten vitamines
beschermende stoffen.
Vitamine A is b.v. belangrijk voor onze ogen. En vitamine D zorgt voor mooie,
rechte botten.
Dan zitten er in gezond eten ook nog stoffen die ,,mineralen" heten. Voorbeelden
daarvan zijn: ijzer en kalk. IJzer is belangrijk voor je bloed en kalk voor
sterke, stevige botten.
Het moeilijkste is dat je lichaam zó niets heeft aan al dat gezonde eten;
Je lichaam moet van alles met dat eten doen, voordat het gebruikt kan worden.
Dit heet: VERTEREN.
DE MAALTIJDSCHIJF
Kijk maar eens naar de MAALTIJDSCHIJF. Op de maaltijdschijf staan vier groepen voedsel. Elke dag heb je wel iets nodig uit elk vak. Vak 1 en 2 zijn groter dan vak 3 en 4. Dat betekent dat je uit vak 1 en 2 elke maaltijd meer moet eten dan vak 3 en 4. Dus vak 3 en 4 heb je niet bij elke maaltijd nodig. Maar je moet er wel iedere dag iets uit nemen.
vak 1
In vak 1 staan brood, aardappelen en peulvruchten. Peulvruchten zijn bijvoorbeeld bonen erwten. Rijst hoort ook in dit vak. Bruinbrood is gezonder dan witbrood of krentenbrood. Ook roggebrood is erg goed voor je.
vak 2
Vak 2 is het vak van de groenten en het fruit. Daarvan moet je ook bij iedere maaltijd wat eten. Bijna elke avondmaaltijd eet je wel groente . Dat is dus niet zo moeilijk. Maar je moet eigenlijk ook 's morgens en 's middags groente of fruit eten. Je kunt bijvoorbeeld bij je ontbijt een uitgeperste sinaasappel drinken. 's Middags kun je een plak tomaat of komkommer op je boterham met kaas doen. Dat smaakt lekker fris. Appel of banaan op je boterham smaakt lekker. Als je 's morgens yoghurt eet, kun je daar bijvoorbeeld geraspte appel doorheen doen. Het is dus helemaal niet zo moeilijk om elke dag drie keer iets uit vak 2 te eten.
vak 3
In vak 3 zie je melk en melkproducten, vlees, vis en eieren. Hiervan moet je elke dag iets eten. De ene dag eet je bijvoorbeeld 's avonds vis en de volgende dag eet je vlees. In plaats van vis of vlees kun je ook een omelet eten . Een omelet is gemaakt van eieren. En eieren staan ook in vak 3.
vak 4
In vak 4 zie je alleen maar een klein likje boter, margarine of halvarine. Daar heb je niet zoveel van nodig. Meestal krijg je daarvan vanzelf genoeg binnen. Je smeert het toch op je brood? En als je vlees of vis erin gebakken is, heb je uit dit vak al genoeg binnen.
LEKKER EN GEZOND
Nu moet je niet denken dat je eten er saai uit zal zien als jij je aan de regels houdt. Gezond eten kan heel lekker zijn. En lekkere dingen kunnen ook gezond zijn. Alleen moet je oppassen dat je van die lekkere maar ongezonde dingen niet te veel eet.
Patat wordt van
aardappels gemaakt. Aardappels zijn gezond. Maar in patat zit ook veel vet.
Dat vet heb je niet altijd nodig!!
Het vet komt erin door het frituren. Veel vet is erg ongezond.
Je wordt er alleen maar dik van. Een keer in de week patat eten is helemaal
niet erg, maar als je 5 of meerdere keren in een week eet ben je erg ongezond.
In plaats van melk
kun je ook een keer yogidrink nemen. Dat is echt niet erg. Er zitten veel goede
dingen in. Net als in melk of yoghurt. Maar in yogidrink zit wel heel veel suiker.
Het is niet goed voor je tanden en
. je wordt er maar dik van.
Niet te vaak doen dus. Een paar keer wentelteefjes of pannenkoeken eten in plaats
van brood is heel erg lekker. Er zitten eieren, meel en melk in. En die dingen
zijn gezond!! Als je dat elke dag zou eten is dat niet zo gezond meer. Pannenkoeken
en wentelteefjes zijn namelijk veel vetter dat boterhamen. Plus dat je er ook
nog eens suiker of stroop op doet.
En dat is weer slecht voor je gebit. Zo zie je dat gezond eten ook best lekker
kan zijn. En dat lekker eten gezond kan zijn. Als je maar zorgt dat je niet
te vaak hetzelfde eet. door af te wisselen blijft het eten lekker en blijf jij
gezond.
Je hebt natuurlijk wel gezien dat er in de maaltijdschijf geen vakje is voor snoep en limonade. Jammer, maar dat heeft je lichaam helemaal niet nodig. In snoep en limonade zitten geen stoffen die je lichaam nodig heeft. Er zit vooral veel suiker in. Als je af en toe eens snoept, is dat niet zo erg. Vooral niet als je daarna je tanden goed poetst. Maar als je veel snoept of veel limonade drinkt, word je dik. Je lichaam heeft er niets aan.
HONGER
In Nederland worden mensen soms ziek van te veel eten. Maar er zijn heel veel landen waar de mensen veel te weinig eten. In heel arme landen hebben de mensen dagen achter elkaar niet te eten. Die mensen hebben echt honger. Wij zeggen wel eens: "Ik heb toch zo'n honger." Maar we bedoelen dat we trek in iets lekkers hebben. Wij weten niet wat echte honger is. Met een lege maag kun je niet goed leren. Met een lege maag kun je niet hard werken. Je wordt snel moe en ziek. Met een lege maag kun je ook niet hard groeien.
De kinderen in arme landen zijn daarom ook kleiner dan de Nederlandse kinderen. De mensen in die landen proberen wel graan of bonen te verbouwen. Maar vaak is het in die landen erg droog. Het regent er maar 2 of 3 keer per jaar. En door de droogte gaat bijna alles dood. De rijke landen helpen de arme landen wel. Ze sturen voedsel. En ze leren de mensen om regenwater te bewaren. Of om water te vinden waar de grond erg droog is. Zodat er weer eten verbouwd kan worden. Toch moet er nog heel veel gebeuren voordat er geen honger meer in de wereld is!