Snaarinstrumenten:
 Een viool: Een viool moet je bespelen met een strijkstok
,daarmee moet je over
de snaren van de viool strijken.
Het instrument heeft 4 snaren. Het is gemaakt van hout, de viool heeft een
klankkast en een bovenblad. De viool is het kleinste
snaarinstrument. De viool heeft een kinsteun waardoor je de viool
gemakkelijk kunt bespelen.
De gitaar: Een gitaar heeft 6 snaren. Het instrument bestaat uit een
snarenhouder,die zit boven aan het instrument,daar kun je het geluid mee
versterken.
Stemschroeven zijn om de snaren aan te spannen. Verder heeft de gitaar een brug,
frets en het klankgat.
Met de kam worden aan de ene kant de snaren vastgemaakt. De snaren worden
gemaakt van nylon.
Er zijn ook elektrische gitaren.
Cello: Een cello heeft 4 snaren, de cello
kun je niet meer onder je kin
houden, de cello wordt tussen de knieën geplaatst. De cello wordt bespeeld
met een strijkstok die korter is dan die van de viool.
In het symfonie-orkest speelt de cello een belangrijke rol. De cello heeft
vooral een begeleidende rol in het orkest.
Harp: Een harp heeft 46 of 47 snaren. Een
harp is een heel groot
instrument. De toetsen van een harp heten klavieren. Het lijkt net of het
instrument vleugels heeft. Het instrument heeft platte snaren. De snaren
van de harp worden in trilling gebracht door er met je vingers langs te
gaan.
Piano: Een piano heeft 88 snaren, alle toetsen heten klavieren. Het
instrument kan bestaan uit een vleugel, uit platte snaren, een
stemschroef, en onder aan het instrument zitten ook pedalen. Met deze
pedalen kun je de tonen veranderen. De toetsen zijn om en om zwart of wit.
Banjo: Het instrument bestaat uit 5 snaren, en het heeft een ronde
vorm, het heeft ook knoppen om het geluid te versterken. Je bespeelt de
banjo door met de vingers te tokkelen.
Hiernaast zie je de banjo staan
Mandoline: De mandoline
is een klein snaarinstrument en heeft 4 snaren, en een ovale vorm. Het
instrument is vooral in Italië erg populair
Sitar: Een Sitar heeft 5 snaren, het heeft een ronde vorm, en het
instrument heeft heel erg veel knoppen en heeft daarom ook heel veel
tonen. Het instrument komt uit India.
Contrabas: Het instrument bestaat uit 4 snaren, je kunt erop spelen
door bij
het instrument te gaan staan en dan met een strijker over het
instrument te gaan. Meestal gaat de bespeler op een kruk zitten om het
instrument goed te kunnen bespelen. Het instrument geeft vooral de lage
tonen.
Klavecimbel:
De klavecimbel is het grootste en belangrijkste toetsinstrument met snaren.
Door een toets in te drukken, tokkelt een kleine pen de snaar. |