EEN ONDERZOEK NAAR

LEESBAARHEID
 
 

PROBLEEMSTELLING

De ene krant leest vlotter dan de andere krant. In het ene boek moet je regelmatig een zin nog eens over lezen, voordat je begrijpt wat er staat, Het andere boek lees je in een keer uit. Sommige gebruiksaanwijzingen zijn onleesbaar, andere zijn heel begrijpelijk.
Teksten moeten goed leesbaar zijn voor de lezers waarvoor ze zijn geschreven. Dat geldt voor studieboeken, voor reclameteksten, voor jeugdboeken, voor tijdschriften, enzovoort.
Uitgevers, tekstschrijvers, auteurs en journalisten, zij hebben er allemaal belang bij om te weten hoe je een tekst op leesbaarheid kunt beoordelen. Dat is de probleemstelling van dit onderzoek.
Is er een wiskundige methode of een wiskundig model te bedenken waarmee een tekst op zijn leesbaarheid is te beoordelen?
 

PROBLEEM VERKENNEN

Sommige teksten zijn moeilijk te lezen en andere teksten juist weer makkelijk. Een goed begin is om eerst maar eens in voorbeeldteksten te zoeken naar factoren, die de leesbaarheid bepalen.

1. Lees de teksten over de 'reistijdenkaart' en 'blozen'.
a. Welke van de twee teksten vind je het gemakkelijkst te lezen? Waarom vind je dat?
b. Waaraan kun je een moeilijke en waaraan kun je een makkelijke tekst herkennen?
c. Maak een lijst van kenmerken van een tekst die de leesbaarheid bepalen.
 

PLAN MAKEN

Lange zinnen en ingewikkelde woorden maken natuurlijk een tekst moeilijk leesbaar. Daar moet je eerst op letten. Uit die twee kenmerken is een formule voor leesbaarheid te maken.

2. In beide teksten ('reistijdenkaart' en 'blozen') komen lange zinnen en woorden voor en ook kortere. Het gaat om gemiddelden.
a. Neem de tabel hieronder over en vul deze verder in.
 
tekst aantal zinnen aantal woorden aantal lettergrepen
reistijden 13 216 384
blozen 11 130 190

b. Bereken voor elke tekst het gemiddeld aantal woorden Z per zin.
c. Bereken het gemiddeld aantal lettergrepen W per woord (woordlengte).
 

PLAN UITVOEREN

De leesbaarheid wordt met verschillende formules berekend. Die formules pas je toe en ga je vergelijken.

3. In 1949 introduceerde de Amerikaan R. Flesh een leesbaarheidsformule, die voor Nederlandse teksten in 1960 is aangepast door Ir. W.H. Douma. Die aangepaste formule is:
G = 206,84 - 77.W - 0,93.Z
a. Bereken de waarde van G voor de twee teksten.
b. Wat kun je over de leesbaarheid van een tekst zeggen als de bijbehorende G laag is?
c. Welke van de twee variabelen W of Z heeft volgens Flesh de meeste invloed?

4. Uit de indeling hieronder van G in klassen zie je bij welke 'opleiding' dergelijke teksten passen.
 
kwalificatie leesbaarheid G stijl overeenkomstige schoolopleiding
90 - 100 zeer gemakkelijk groep 6
80 - 90 gemakkelijk groep 7
70 - 80 vrij gemakkelijk groep 8
60 - 70 standaard vbo
50 - 60 vrij moeilijk MAVO, onderbouw HAVO/VWO
30 - 50 moeilijk bovenbouw HAVO/VWO
0 - 30 zeer moeilijk universiteit

De grafiek van de formule G = 206,84 - 77.W - 0,93.Z  voor G = 100 is een rechte lijn.
a. Schrijf de formule voor G = 100 eenvoudiger.
b. Kies voor Z enkele waarden en bereken de bijbehorende waarde van W.
c. Teken de  grafiek en teken ook de grafieken die horen bij de andere grenswaarden van G uit de leesbaarheidklassen.

5. De formule van Douma is een wiskundig model van het begrip leesbaarheid. Niet alle factoren worden daarin meegewogen.
a. Welke factor, die jij belangrijk vond, doet niet mee?
b. Douma heeft zijn leesbaarheidsformule afgeleid uit de formule van Flesh G = 206,84 - 85.W - 1,02.Z. Hij paste de formule aan, omdat het Engels minder woorden nodig heeft dan het Nederlands.
Leg daarmee het verschil tussen beide formules uit.
c. R.H.M. Brouwer publiceerde op grond van onderzoek in 1963 een aangepaste formule voor de leesbaarheid van Nederlands proza: G = 195 - 67.W - 2.Z
Laat met tabellen en grafieken zien waarin deze formule verschilt van de formule van Douma.
 

CONCLUSIE

Hoe en in welke mate is op de vraag naar het kunnen bepalen van de leesbaarheid een bevredigend antwoord gevonden?
 

EIGEN ONDERZOEK

Met een aantal anderen kun je nu samenwerken aan een eigen onderzoek. Je kunt de verschillende formules gebruiken of aanpassen voor verschillende soorten teksten.
Enkele suggesties:


VERSLAG

Maak een verslag van je onderzoek.