Het verteringsstelsel
Het verteringsproces begint zodra je voedsel in je mond stopt. Via je mond gaat het naar je keelholte
[1] waarna het in je slokdarm [2] terecht komt. In je slokdarm wordt het eten voortbewogen d.m.v.
darmperistaltiek.
Als het door je slokdarm heen is dan
komt het voedsel in je maag [3] terecht. Je maag fungeert als een soort magazijn. |
| De eiwitten in het voedsel worden
al voor een gedeelte verteerd. De kringspier [4] laat telkens een klein beetje voedsel
door naar de twaalfvingerige
darm [5]. In de twaalfvingerige darm monden de afvoerbuizen van de lever
[7] en de alvleesklier
[6] uit. De gal [8] dat van de lever afkomstig is emulgeert
vetten waardoor de enzymen het beter kunnen verteren. De alvleesklier produceert alvleessap dat de enzymen bevat die
helpen bij de vertering van eiwitten, koolhydraten en vetten. Na de twaalfvingerige darm komt het voedsel in de dunne darm
[9] terecht. De vertering van eiwitten en koolhydraten gaat z'n laatste fase in. Alle verteringsproducten
en stoffen die niet te hoeven worden verteerd, worden in de dunne darm opgenomen in het bloed. Het op een na laatste onderdeel van het verteringsproces is de dikke darm
[10]. |
 |
In de dikke darm wordt al het water dat nog in het overgebleven voedsel zit, eruit gehaald. Als dat is
gebeurd wordt de voedselbrij naar de endeldarm [11]
getransporteerd d.m.v darmperistaltiek. In de endeldarm wordt de brij opgeslagen om na een tijd via de anus [12] in de wc te verdwijnen.
|