Classicisme


Rond 1750 worden POMPEJI en HERCULANEUM ontdekt: twee Romeinse steden die in de eerste eeuw n.C. onder de lava van een spuwende Vesuvius werden bedolven en daardoor uitzonderlijk intact kunnen worden blootgelegd.
Tegelijkertijd trekt een Duits kunsthistoricus de aandacht doordat hij het oppervlakkige/frivole karakter van de rococo te lijf gaat met de stelling dat de ware schoonheid schuilt in eenvoud en aandacht voor de juiste verhoudingen: precies de eigenschappen van de klassieke Griekse kunst.

Deze beide gebeurtenissen doen een hernieuwde belangstelling ontstaan voor de klassieke oudheid.Classicisme is een aanduiding van een richting in de beeldende kunst en de bouwkunst die zich inspireert op de idealen en de vormgeving van de klassieke kunst van de oudheid.

Het Classicisme in de schilderkunst heeft zich in de tweede helft van de 17de eeuw over heel Europa verspreid. In het algemeen bleef het beperkt tot het gebruik van klassieke motieven die men in de literatuur of op munten, reliëfs en dergelijke aantrof.
Taferelen uit de Griekse en Romeinse mythologie en geschiedenis werden als onderwerp gekozen, zonder dat men daarbij de klassieke compositieschema's of de vormentaal overnam.
De stijl werd in Nederland vooral gepropageerd door Gerard de Lairesse en Arnold Houbraken.

NEO CLASSICISME
Het neo classicisme sluit in Frankrijk volledig aan bij de dan heersende stemming: zelfopoffering en vaderlandsliefde zijn thema's die voor velen herkenbaar zijn in de aanloop naar de Revolutie (1789).
Behalve deze kenmerkende onderwerpen maakt ook de manier van afbeelden het neoclassicisme in de schilderkunst herkenbaar: figuren zijn in een sterk bestudeerde (afgekeken) houding weergegeven, de omgeving koel/zakelijk neergezet; alles in een sterk tekenachtige werkwijze: duidelijk te onderscheiden contouren en een vrij vlakke wijze van inkleuren.
Jacques-Louis DAVID is als schilder toonaangevend.

In de neoclassicistische architectuur worden de bouwkundige elementen uit de klassieke oudheid zo zuiver mogelijk toegepast: zuilen worden bijvoorbeeld niet meer als versiering, maar alleen als constructief (dragend) element toegepast.
Onder Napoleon wordt het centrum van Parijs uitgerust met triomfbogen (Arc de Triomphe) , zegezuilen (Colonne Vendome) en tempelachtige bouwwerken (zoals de Madeleine-kerk).

Dean Auguste Dominique INGRES is de meest succesvolle leerling van David; maar terwijl hij door zijn tekenachtige werkwijze duidelijk aansluit bij de kenmerken van het neoclassicisme, verraden zijn aandacht voor een soepele lijnvoering (i.t.t. een star beredeneerde kompositie) en zijn soms dromerige onderwerpen de overgang naar een nieuwe stijlperiode.